Interactief overzicht

 


 Revolutie van de technologie, de elektronica en de informatica in het gezien

 Muziek in je gemeente


 

PROJECT

Maatschappelijke evolutie 1900-2008:

de revolutie van de technologie, de elektronica en de informatica in het gezin

Dr. Henri Vannoppen

 

Dit project is uitgewerkt door het Erfgoedhuis Kortenberg en door Heemkunde Vlaams-Brabant voor de leerlingen van 5ASO. Het wordt toegepast in het Koninklijk Atheneum Zaventem.

 

HET HUIS ALGEMEEN

 

    1. Geef de indeling van de woning in kamers met telkens de benaming en de functie. Hoe kon men de woning betreden (kloppen, deurklopper, bel)? Was er een voorinkom (portaal, gang, hall)? Hoe beschermde men de woning tegen de koude, de warmte, het gebrek aan privacy, de dieven (klapluiken, rolluiken, bewaking door schepers, alarminstallatie?)

    2. Geef de evolutie van de vloerbekleding volgens de verschillende plaatsen (aarden vloer, plavei of keramiekvloer, balatum, linoleum, tapiflex, voltapijt of tapisplein, laminaat, parket, natuursteen, marmer) ?
    3. Welk poetsmateriaal gebruikte men (borstel, bezem, dweil)? Wanneer kwam de stofzuiger? Was er een boender? Wanneer kwam de hoge drukreiniger?

    4. Geef de evolutie van de watervoorziening (putwater, ‘sikse’, ‘borreput’ met rol, manuele waterpomp, elektrische waterpomp, gemeentelijke waterpomp met sleutel, stadswater) ? Geef de evolutie van de verlichting (olielamp, petroleumlamp, gaslamp, elektriciteit) ?

    5. Geef de evolutie van de verwarming per plaats (open haard, Leuvense stoof, vulhaard of ‘feu continu’, moderne houtkachel, mazoutkachel, moderne kachel met steenkool, elektrische kachel zoals het straalkacheltje, centrale verwarming) ? Warmtebron (hout, steenkool, stookolie, elektriciteit, aardgas, zonnepanelen) ?
      Werden alle plaatsen verwarmd? Waren er winter- en zomerruimten? Waar lag de mazouttank? Waar stond de verwarmingsketel?

    6. Geef de evolutie van de tijd (regulateur, horloge, zakhorloge, polshorloge, wekker) ?


    7. Geef de evolutie van het gebruikte communicatiemiddel (telefoon aanvragen bij een centrale, telefoon draaien, draagbare telefoon, GSM, beeper, msn, babyfoon) .

    DE KEUKEN

     

    Algemeen

      1. Was de keuken een deel van de woonkamer? Was de keuken een afzonderlijke plaats? Behoorde de keuken tot een geheel met de woonkamer? Omvat de woonkamer een eethoek, een rust- en zithoek en een werkhoek?

      2. Bestond de keuken uit losse meubelen ?
      3. Was het een ingerichte keuken?

      4. Geef de evolutie van het keukenfornuis (het gietijzeren keukenfornuis of de ‘cuisinière’, fornuis met butaangas of propaangas, elektrisch fornuis, ingebouwd vuur met oven, keramische kookplaat, microgolfoven)


      5. Hoe bekwam men warm water (koken met waterketel, elektrische waterverwarming of boiler) ?

      6. Hoe werden de keukendampen verwijderd (raam open, dampkap) ?

      7. Hoe evolueerde de bereiding van groenten, soep, fruit, vlees, eieren en ijs (snelkookpan of ‘preskastrol’, roerzeef of ‘passe-vite’, soepmixer, mixer, keukenrobot, fruitpers, vruchtenpers, blikopener, vleesmolen, vleessnijmachine, eierkoker, sorbetmachine) ?
      8. Hoe evolueerde de bereiding van friet (ketel met ossenvet, frietketel met vet, elektrische frietketel, gesneden frieten, voorgebakken frieten) ?

        Bakken

      9. Bakte men zelf brood? Hoe? Had men een broodsnijmachine? Sinds wanneer gebruikt men de broodautomaat? Heeft men een broodrooster, een croque-monsieurtoestel ?

      10. Hoe bakt men wafels (wafelijzer op het vuur, elektrisch wafelijzer) ?
      11.  

        Koffie maken

      12. Geef de evolutie van het koffiezetten (koffiemolen met de hand, elektrische koffiemolen, gemalen koffie, espresso, Senseo, koffiezetmachine, stoffen filterzakje of beurs, papieren filterzakje)

      13. Voedsel bewaren

      14. Werd vlees nog ingezouten? Was er een vleesvat in de kelder of in de schuur? Werden de groenten nog ingezouten?

      15. Steriliseerde men fruit en groenten? Hoe ging men daarbij tewerk?

      16. Wanneer kocht men een koelkast? Reden? Wanneer kocht men een diepvries? Reden? Waar stonden de koelkast en de diepvries?

      17. Kende men tupperwaredozen? Waarvoor werden deze gebruikt?

        afwassen

      18. Hoe gebeurde de afwas (manueel, vaatwasmachine) ?
      19.  

        DE WASPLAATS

         Wassen

      20. Hoe evolueerde "de was" in tijd en qua mechanisatie (wasmachine, wringer, bleekweide, droogtrommel, droogzwierder of centrifuge of ‘essoreuse’, ‘douche’ ? Wanneer verscheen de volautomatische wasmachine? Wanneer verscheen de droogkas?
      21.  

         

        Strijken

      22. Geef de evolutie van het strijken (strijkijzer met houtskool of in gietijzer op de kachel, elektrisch strijkijzer, stoomstrijkijzer, strijkmachine met strijkrol) ?
      23.  

        Naaien

      24. Hoe evolueerde het naaien (naaimachine met pedalen of elektrisch)? Had men een breimachine?

         

        De SLAAPKAMER

      25. Hoe evolueerden de meubelen van de slaapkamer? (bed, kleerkist, kleerkast, lavabo, nachttafel, volledig ingerichte slaapkamer)? Had men een dressing?


      26. Hoe evolueerde de matras, het hoofdkussen en de peluw (stro, kaf, wol), het bedlinnen (lakens), de dekens, de spreien, de schapenvellen, de donsdekens)?

      27. Hoe werd het bed verwarmd (rubberen blaas, elektrische deken)?

         

         

        DE BADKAMER

         

        Wassen en hygiëne

      28. Waar waste men zich (lavabo in de slaapkamer, in de keuken, in de wasplaats, in de badkamer? Had men gemeentelijke stortbaden? Hoe dikwijls waste men zich per week?

      29. Had men een zinken lig- of zitbad, ligbad, een zitbad, een stortbad? Sinds wanneer?

      30. Heeft men een sauna, een zonnebank, een zwembad, een jacuzzi?

      31. Hoe evolueerde het haar wassen en de verzorging van de haartooi? (probleem van luizen en de luizenkam, haardroger, elektrische krultang)?

      32. Hoe evolueerde het tandenpoetsen (gewone en elektrische tandenborstel)?

      33. Hoe evolueerde nagels knippen?

      34. Hoe ging men het spuwen (spuwbak in cafés) en de lopende neus tegen (snuiten in stoffen of papieren zakdoeken)?
      35.  

        Scheren

      36. Geef de evolutie van het scheren (scheermes, ‘gilette’, elektrische scheermachine).
      37.  

        Opschik

      38. Hoe evolueerde de huidverzorging? Kende men deodorants?
        Wanneer verscheen de lippenstift?

      39. Wanneer verscheen de cosmetica? Wat omvatte dit?

         

        HET TOILET

          

        Toilet

        Hoe evolueerde het toilet ( de overkragende latrine, het ‘Huiske’ buiten met houten gemak of gemetseld, de kamerpot, de nachtemmer, de bedpan, de WC. of watercloset met waterspoeling binnen)?

         

        DE KINDERKAMER

         

        Zorg voor baby’s

      40. Hoe evolueerde de verzorging van baby’s (stoffen luiers, pampers), de kleding, de babyinfrastructuur?
      41.  

        DE WOONKAMER

         

        Ontspanning

      42. Kende men radio, transistor, walkman?

        Kende men TV (analoge, digitale, zwart-wit, kleuren, antenne op het dak, kabeltelevisie, betaaltelevisie, schotelantenne, beeldbuis, TFT/ LCD (plat scherm), videorecorder, DVD-speler, DVD-recorder, filmcamera, videocamera, diaprojector, beamer?
      43. Kende men grammofoon, fonograaf, platenspeler (pick-up), bandopnemer, cassettespeler/recorder, Cd-speler, stereo-installatie, MP3-speler, Ipod?

        Kende men de viewmaster, het fototoestel (Kodak), wegwerpfototoestel, het digitale fototoestel? Sinds wanneer?

      44. Werd er gebruik gemaakt van gameboy, laadstation, hintend, videogames?
      45.  

        HET BUREAU

         

      46. Had men een bureau? Welke functie? Geef de evolutie van het bureaumateriaal (mechanisch en elektrische typemachine, rekenmachine, faxtoestel, computer, laptop, scanner, Internet).
      47. Hoe schreef men (griffel, lei, stift, Bic, Parker, vulpen, pen)?

      48. Hoe deed men de betalingen (kredietkaart, cheque, geldautomaat)? Hoe deed men boodschappen (buurtwinkel, supermarkt, online shopping zoals Collect & Go?
      49.  

        DE KELDER EN DE KOELE BERGING

         

      50. Welke functies hadden de kelder en de koele berging?
      51. Hoe was de kelder onderverdeeld (aardappelkelder, steenkoolkelder, kelder voor conserven en steriliseerbokalen, wijnkelder, kelder voor de gewone dranken)?

         

        DE ZOLDER

         

        Welke functie had de zolder?

         

        DE GARAGE

         

        Vervoer

      52. Geef de evolutie van het vervoer (fiets, bromfiets, moto, scooter, auto)?
      53.  

        Vakantie

      54. Hoeveel tijd besteedde men aan vakantie? Wat waren de bestemmingen? Hoe dikwijls ging men jaarlijks op vakantie en voor hoeveel dagen?

      55. Had men een tent, een caravan en een mobilhome? Sinds wanneer?

      56. Maakte men gebruik van het vliegtuig, de trein (o.a. T.G.V.), het schip om op vakantie te gaan? Sinds wanneer?
      57.  

        DE TUIN

         

      58. Wat is de functie van de tuin (groentetuin, bloementuin, oase van rust, barbecueplaats)? Hoe werd het gras afgereden (grasmachine om te duwen, grasmachine met benzine en elektrische grasmachine, onderhoud door firma)?

      59.  

       

      Revoluties in de gemeente: onderzoek

       

      1. Ontstaan waterleiding in je gemeente? Oorsprong water (grondwater? stroomwater?) in je gemeente? Waterinstallaties (waterproductiecentra, waterreservoirs, watertorens) in je gemeente of belangrijk voor je gemeente?

      2. Ontstaan en evolutie riolering in je gemeente?Moerriool? Waterzuiveringstation? Rietvelden aangelegd als zuivering?

      3. Ontstaan elektriciteit in je gemeente? Elektriciteitsfabrieken? Elektriciteitscabines?

      4. Ontstaan stadsgas en aardgas in je gemeente?

      5. Aanleg kabeltelevisie in je gemeente?

       


      Project planning 5ASO

       

      Fase 1: groepswerk

      bibliografie van

      • je gemeente
      • het onderwerp

      logboek:

      • per fase (door coördinator)
      • per student (door coördinator)

      (30 punten)

      Timing: 17 september 2007 (korte presentatie)

       

       

      Fase 2: groepswerk

      Een uitvinding (toestel) en de evolutie ervan

      (bij voorbaat onder de groepen en met de leraar af te spreken)

      (70 punten)

      Timing: 1 oktober 2007 (korte presentatie)

       

       

      Fase 3: groepswerk

      Opzoekwerk: Revoluties in de gemeente

      (50 punten)

      Timing: 5 november 2007 (lange presentatie)

       

       

      Fase 4: persoonlijk werk

      Interviews bij 3 generaties:

      • omzetting van vragen per generatie
      • 50 vragen

      (150 punten)

      Timing: 5 november 2007 (lange presentatie)

       

       

      Fase 5: groepswerk

      Eindresultaat

      • eindtekst (met gepaste illustraties, deftig kaft, computerwerk)

      (100 punten)

      Timing: 26 november 2007

       

      De studenten mogen bij de fasen 3 en 4
      20 % van de punten geven mits motivering.

      Totaal: 400 punten (40 % van het examen geschiedenis van december 2007 of de toepassingsvraag).

       

       


       

      Project Muziek in je gemeente

      Toepassing in het Koninklijk Atheneum Zaventem - Kortenberg voor 6 ASO tijdens het schooljaar 2007-2008

      (leraar: Dr. Henri Vannoppen)

       

      1. Huismuziek

      1. Was er een piano in de woonkamer? Wie bespeelde die? Waar leerde men piano.

      2. Speelde men thuis viool?

      3. Speelde men thuis gitaar?

      4. Was er een radio, een grammofoon, een fonograaf?

       

      2. Bals

      4. Was er een radio, een grammofoon, een fonograaf?

      5. Waren er speellieden, die het bal verzorgden?

      6. Was er een jazzorkest met het bal?

      7. Was er een draaiorgel?

      8. Was er een DJ? Was er een orkest?

       

       

      3. Kerkdiensten

      9. Oorsprong van het orgel? Wie waren de organisten?

      10. Was er een kerkkoor? Hoe ontstond dit? Alleen mannen? Ook vrouwen?

       

    4. Muziekmaatschappijen


      11. Welke muziekmaatschappijen (fanfare, symfonie, harmonie, koor, muziekkorps) zijn of waren er in je gemeente?

      - in de 18de eeuw
      - in de 19de eeuw
      - in de 20ste eeuw
      - in de 21ste eeuw.

      12. Hadden de muziekmaatschappijen een militaire oorsprong (denk aan de marsmuziek)? Wat er een invloed van de militaire muziekkapellen (Gidsen, Zeemacht, Luchtmacht, Rijkswacht)?

      13. Wanneer werden de muziekmaatschappijen gesticht? Naamkeuze?

      14. Speelde de Schoolstrijd 1879-1884 een rol bij het ontstaan van de muziekmaatschappijen (‘Geuzen’ of liberalen en ‘Sussen ‘ of katholieken)?

      15. Was er een duidelijke invloed van de adel of van de burgerij op de muziekmaatschappij (erevoorzitter, schenkingen van vaandel, van instrumenten)?

      16. Waren de muziekmaatschappijen verbonden met fabrieken, brouwerijen, maalderijen, melkerijen? Welke? Werd men sneller in de fabriek aangenomen wanneer men muziek speelde?

      17. Waren er socialistische muziekmaatschappijen in de gemeente?

      18. Waren er Vlaams-Nationale muziekmaatschappijen in de gemeente?

      19. Welke muziekmaatschappijen uit de gemeente vinden we bij J. Dufrane.

      Annuaire Musicale de la Belgique, 1880-1895 ? Welke muziekmaatschappijen in je gemeente vinden we bij Jacobs. Nomenclature des sociétés musicales de Belgique (1851) ? Welke muziekmaatschappijen uit je gemeente vinden we bij A. Thys Historiques des sociétés chorales de Belgique(1855) ?

      20. Waren er koren (jeugdkoren, volwassenenkoren?

      21. Waren er jeugdensembles?

      22. Waren er accordeonclubs?

      23. Waren er majorettekorpsen?

      24. Waren er trommelkorpsen (bij jeugdverenigingen)?

      25. Waren er muziekkorpsen van de Garde Civique?

      26. Waren er fietsende fanfares?

      27. Waren er Brassbands (koper en slagwerk) in de gemeente?

      28. Waren de fanfaretegenstellingen scherp in de gemeente?

      29. Zijn er muziekmaatschappijen verdwenen?

      30. Zijn er muziekmaatschappijen gefusioneerd ?

     

    5. Lokalen

     

    31. Had de muziekmaatschappij een eigen lokaal? Waar hadden de bestuursvergaderingen plaats? Waar hadden de herhalingen plaats?

    32. Had de muziekmaatschappij een eigen zaal? Naam? Uitbaters? Hadden hier de concerten plaats?

    33. Waren er vaste kiosken in je gemeente? Maakte men gebruik van verplaatsbare gehuurde kiosken?

     

    6. Bestuur

    34. Wie waren de voorzitters?

    35. Wie waren de erevoorzitters? Verbanden met de maatschappij?

     

    7. Vlag

    36. Uitzicht van de vlag? Materiaal? Schenker? Welke medailles hingen aan de vlag? Wie was de vaandeldrager?

    8 . Activiteiten

    37. Nam de fanfare deel aan festivals of organiseerde ze festivals? Werden er speciale treinen ingelegd voor festivals in de gemeente?

    38. Stapte de fanfare mee op in de processie? Plaats? Nam de muziekmaatschappij deel aan herdenking (11 november, 21 juli)? Speelde muziekmaatschappij een rol bij internationale jumelages?

    38. Was de maatschappij werkzaam in W.O. I, W.O. II? Wat gebeurde toen met het vaandel en de instrumenten?

    40. Organiseerde de muziekmaatschappij meiboomplantingen? Werden er voor 1914 kerstfeesten met kerstboom georganiseerd? Waren er fanfarediners met Sint-Cecilia?

    41. Had de muziekmaatschappij een speciaal verenigingsreglement? Zijn er boekjes bewaard met de viering van het 25, 100, 150-jarig bestaan? Zijn er oude affiches bewaard. Zijn er fanfarefoto’s bewaard?

    Kreeg de muziekmaatschappij een koninklijke erkenning? (25 jaar; nu 50 jaar) Welke instrumenten bespeelde men in de muziekmaatschappij?

    Kreeg de muziekmaatschappij concurrentie van de sport? Van de verstedelijking? Welke eretekens waren er voorzien voor de leden van de muziekmaatschappij? Speelden de vrouwen in de muziekmaatschappijen

     

    9. Muzikale opleiding:

    42. Hoe gebeurde de muzikale opleiding? Was er een muziekschool van de muziekmaatschappij?

    Was er een muziekschool in de gemeente?

    Was de invloed van de modemuziek en van de mode-instrumenten merkbaar?

    43. Wie was de dirigent (de chef, de baas aan de spuiter)?

     

    10. Componisten:

    44. Waren er lokale componisten

     

    11. Toneel

    45. Was er ook een toneelafdeling bij de fanfare? Naam? Speelde men drama’s of komedies?

    46. Was er een overkoepeling bij het toneel?

     

    12. Overkoepelingen:

    47. Wat de muziekmaatschappij lid van het Muziekverbond van België?

    48. Wat de muziekmaatschappij lid van Fedekam of van een andere Muziekfederatie?.

    49. Is de maatschappij lid van VLAMO (Vlaamse Amateurs Muziek Organisatie)?

    50. Bestaat er een gemeentelijke overkoepeling (fanfareraad, muziekcommissie)?

     

     

    Planning:

     

    • Fase 1 groepwerk

      Bibliografie (gemeente, muziekmaatschappijen)

      30 punten

      24 september 2007

     

    • Fase 2 groepwerk

      Geschiedenis van een muziekinstrument

      70 punten

      8 oktober 2007

     

    • Fase 3 groepswerk

      Onderzoek 50 vragen

      150 punten

      5 november 2007 (presentatie)

     

    • Fase 4 persoonlijk werk

      Eigen muzikaal verleden

      (huismuziek, fuifmuziek, muziekverenigingen)

      50 punten

      5 november 2007(presentatie)

       

    • Fase 5 groepswerk

      Eindresultaat

      (eindtekst met gepaste illustraties, deftig kaft, computerverwerking)

      100 punten

      20 november 2007

     

    Studenten geven 20 % van de punten met motivering bij 3 en 4

     

    naar overzicht


 

Laatste aanpassing op 20.07.2008 - Vraag inlichtingen aan de bestuursleden - Groeten van de Webmaster Gustaaf Salens

Heemkunde Vlaams-Brabant
Onderwijsprojecten