|
Heemkunde
Vlaams-Brabant |
|
Project |
Schematisch en interactief overzicht 1. Het landschap
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Project 'Mijn dorp in de middeleeuwen'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 1. | Wanneer wordt je dorp voor het eerst vermeld ? Onder welke benaming ? In welk document ? Welke betekenissen geeft men voor de dorpsnaam ? Literatuur (Zie De Vlaamse Gemeentenamen; verklaren woordenboek. Davidsfonds, 2010) . |
| 2. | Hoe evolueerde uw dorp qua grootte ? Waren er natuurlijke grenzen (beken) ? |
| 3. | Waren er bossen in je dorp? Sloten die aan bij de grote boscomplexen (Zoniënwoud, Meerdaalwoud, Heverleebos, Saventerlo, Moorselo) ? Wie waren de eigenaars van deze bossen? Wie had er het jachtrecht? Was er een Warande? |
| 4. | Werden er bossen gerooid? Bemerk je dat in de rode-namen (Gelrode, Nieuwrode, Sint-Pieters-Rode) ? Komt de plaatsnaam laar (open plek in het bos gebruikt voor beweiding en bewoning) voor? |
| 5. | Moesten de poten van de honden in je dorp in de bosgebieden gekort worden (de rechterachterpoot afgehakt of een paar tenen van de rechtervoorpoot afgehakt zodat de hond niet geschikt was voor de jacht) ? |
| 6. | Wat waren de belangrijke verbindingen voor je dorp (bevaarbare rivieren, wegen, lakenwegen)? Wat was de toestand van de wegen? Wie stond in voor het onderhoud? |
| 7. | Waren er ringwalversterkingen(Everberg), grachtwalversterkingen, waterburchten (Beersel), donjons (Duigemhof Herent), versterkte kerken in je dorp? |
| 8. | Was je dorp een driesdorp (dries: gemeenschappelijke weide voor het vee, dorpsplein) (Rotselaar)? Waren er gehuchten? Komen de plaatsnamen biest, opstal, balling, vroente (het land van de heer, de hoeve van de heer) voor ? |
| 9. | Bestaan er haardtellingen uit de middeleeuwen voor je dorp? (basis: telling 1374: 4,5 personen, 15de eeuw: een haard: 5 personen) |
| 10. | Hoeveel meiseniers en buitenpoorters telden je dorp in 1356? Men schat beide bevoorrechte groepen op 13 % van de belastbare bevolking (Zie P.BONENFANT. Un dénombrement inédit du XIV e siècle -Bulletin de la Commission Royale d'Histoire, 1959) (Erps telde 14 maisnielieden, 6 buitenpoorters, 3 van Leuven en 3 van Brussel en Kwerps telde 3 maisnielieden) |
| 11. | Hoeveel volwassen personen ( de belastbare bevolking), die gedurende 3 jaar tenminste een gouden motoen konden betalen om de kosten van de slag bij Basweiler te dekken telde je gemeente in 1374 ? (Zie J.CUVELIER. Les dénombrements de foyers en Brabant (XIV-XVI siècles. Brussel, 1912) (1/3 moest 1 motoen, 1/3 2 motoenen en 1/3 4 motoenen betalen. In Erps vielen 146 personen onder deze heffing).
|
3. Het sociaal-economisch leven
| 12. | Welk landbouwsysteem kende men in je gemeente in de middeleeuwen(tweeslagstelsel, drieslagstelsel? Waren er kouters (Hoge Kouter, Lage Kouter in Everberg, telkens drie aarden) in je dorp? |
| 13. | Waren er gemene weiden en gemene bossen in je gemeente? Waren er discussies over het broek of het torfbroek tussen grensdorpen? Was er een vrijgeweide? Wanneer? Werd er turf gestoken? |
| 14. | Waren er wind- en watermolens (aan welke beek) in je dorp? Waren er olieslagmolens? |
| 15. | Waren er wijngaarden? Herinneren bepaalde plaatsnamen (wijk De Wijngaard te Everberg, Wijngaardsberg te Erps-Kwerps, De Wijnpers te Leuven) of schilderijen ('De Mystiek Wijnpers' Aarschot) hieraan? |
| 16. | Wat was de marktstad voor je dorp? Welke rol spelde deze marktstad (afzet van graan, botermarkt, wekelijkse markt voor bevoorrading)? |
| 17. | Waren er huizen op jaarschaar of erfpacht of 99 jaarwoningen (huizen waren roerend, konden verplaatst worden, niet onroerend) ? Wie was de eigenaar van de grond, wie van het huis? Welk materialen gebruikte men bij het bouwen (woningen, kerk, burcht) ? Waren er steengroeven in je dorp? |
| 18. | Waren er lijfeigenen (onvrijen) in je dorp? Waren er horigen (halfvrijen) in je dorp? Waren er vrije boeren in je dorp? Hoe verliep de evolutie? Waren er H.-Geestmeesters, die voor de armenzorg instonden (de Tafel van de H.-Geest) ? |
| 19 | Waren er meiseniers of 'maisnielieden' (meiseniers van de hertog van Brabant, van Grimbergen en van Gaasbeek; de meiseniers waren vrij van dode hand, van karweien, van tollen op veemarkten, van tollen in alle steden van het hertogdom; het waren lieden met land vgl. Peetermannen van Leuven) in je dorp? |
| 20 | Waren er buitenpoorters in je dorp (zelfde rechten als poorters, maar moesten een tijdje per jaar in de stad verblijven) ? Trokken inwoners van je dorp naar de stad om daar binnenpoorter te worden ('Stadslucht maakt vrij') |
4. Het politiek-administratief leven
21. Tot welk graafschap behoorde je dorp vooraleer het hertogdom Brabant bestond (1106) ?
( Zie L.VANDERKINDERE. La formation territoriale des principautés belges au moyen-âge. Brussel, 1902).22. Tot welke ammanie (Brussel) of hoofdmeierij (Leuven) en tot welke meierij (o.a. Erps en Vilvoorde) behoorde je dorp in 1286 volgens de rekening van de amman van Brussel?
Tot welke meierij in het begin van de 14de eeuw (o.a. Vilvoorde, Kampenhout, Sint-Genesius-Rode, Asse, Merchtem , Kapelle-op-den-Bos)? Tot welke meierij rond 1400 (o.a. Herent, Lubbeek, Zoutleeuw, Kumtich, Halen, Tienen)?
(Zie P.BONENFANT. Quelques cadres territoriaux de l'histoire de Bruxelles-Annales de la Société Royale d'Archeologie de Bruxelles, 1934, p. 5-45).23. Was je dorp een vrijheid of franchise of libertas? Had je dorp speciale vrijheden (Charters, Keuren) gekregen van de hertog van Brabant?24. Behoor je dorp tot één parochie of tot één heerlijkheid of tot meerdere? Welke leenverheffingen vond men?
(Zie E.VAN ERMEN. Heerlijkheden in het hertogdom Brabant in de 13de eeuw -De Brabantse Folklore, maart 1987, p. 44-70).25. Waren er in je gemeente leenhoven , laathoven en cijnsboeken? 26. Welke wapenschilden voerden de edelen in je dorp? Welke wapenzegels gebruikten zij? Bleven die bewaard (Zie zegelcollectie Algemeen Rijksarchief Brussel)? 27. Hadden de edelen gast -en meuterecht in de abdijen? 28 Woonden er ministeriales (Wezemaal, Rotselaar, Heverlee, Asse) in je dorp? Woonden er ridders (milites) of edelen (nobiles) in je dorp? 29 Wat waren de rechten van de heer van het dorp: marktrechten, tolrechten bij de overgang van rivieren, jachtrechten, recht op de duiventil, plantrecht, visrecht, benoemingsrecht, recht op het bastaardgoed, dodehandsrecht, het 'beste kateil', de paardskeure?30 Had men hooidagen, mestdagen, groefdagen en ingerdagen in je parochie? 31 Wie had de hoge, de middele en de lage rechtspraak in je dorp? 32 Had je dorp een meier en een eigen schepenbank? Sinds wanneer? Bevoegdheden? 33 .Had je dorp eigen Costuymen? (Zie Coutumes de Pays et de Duché de Brabant o.l.v. C.CASIER. Brussel, 1873). Welke recht (Ukkel, Leuven , Nijvel, Aalst) volgde men?
Waar ging men in beroep?34 Was er een galg? Waar stond die? Was er een schandpaal of een kaak? 35 Waren er klachten in je dorp over het beheer van de hertogelijke ambtenaren van hertogin Joanna bij het Groot Onderzoek van 1389?
(Zie J.BOLSEE. La Grande Enquête de 1389 en Brabant. Brussel, 1929)36 Hadden er veldslagen (Slag aan de Lipse) plaats in de middeleeuwen in je dorp? Werd je dorp geplunderd?
| 37. | Maakte de pastoor een beschrijving van uw parochie tegen 1 mei 1900 op basis van de omzendbrief van kardinaal Goossens van 12 april 1898 ? |
| 38. | Tot welk bisdom (Kamerijk, Luik), aartsdiaconaat (Brabant, Brussel) , dekenij (Brussel, Leuven, Zoutleeuw) behoorde Uw parochie in de middeleeuwen? (Zie K.VAN ROOY. Oudheidkundige inlichtingen in kerkelijk opzicht over de parochiën van de provinciën Antwerpen en Brabant. Brugge, 1899) |
| 39. | Geef een overzicht van de tienden in je parochie ( grote tienden, kleine tienden novalia of nieuwe tienden, bostienden, bloedige tienden, blatende tienden) . |
| 40. | Wie was de tiendenhefffer van uw parochie? |
| 41. | Was er een tiendenschuur in je dorp (bv. Everberg) ? |
| 42. | Was je kerk een vicuskerk (kerk van een dorpsgemeenschap bv. Erps) of een hofkerk of eigenkerk (kerk van het kasteel bv. Kwerps? Waar werd de kerk gebouwd (in het centrum van het dorp, op het uiteinde van het dorp bv. Bertem, Meerbeek) ? Zegt het patrocinia-onderzoek (de patroonheiligen van de kerken) iets over de ouderdom van de parochie? |
| 43. | Was je kerk een ecclesia integra (de oudste kerken, de moederkerken, bv. Wezemaal) , een ecclesia media (ook demidia ecclesia) of een quarta capella (bv. Rotselaar) ? Deze indeling heeft te maken met het cathedraticum, de erkentelijkheidsom, die de kerken aan de bisschop moesten betalen. (Zie B. MINNEN. Een landelijke parochie in de Middeleeuwen: Rotselaar van 1044 tot 1559. Leuven, 1991) . De parochies betaalden 24,12 of 16 solidos of schellingen naar gelang van de belangrijkheid van de kerk (Erps was een ecclesia integra, Everberg en Meerbeek waren dimidiae ecclesiae en Kwerps was een quarta capella). (Zie J.VERBESSELT. Het parochiewezen in Brabant. Deel 1, p. 295-297 en p. 304-305) |
| 44 | Wie waren de pastoors van je parochie in de middeleeuwen ? Waar was de pastorie (het kurengeleeg of de cure) ? Wie had het patronaatsrecht (voordracht van de pastoor) ? Welke inkomsten had de pastoor (een deel van de tienden, een vast bedrag betaald door de tiendenheffer)? Wie waren de kerkmeesters ? |
| 45 | Welke missen kende men in je parochie: de zondagse Hoogmis, de zondagse Vroegmis of Zielemis, de Sacramentsmis op donderdag of de Zaterdagsmis voor Maria ? Hoe oud zijn deze stichtingen? Wie droeg de mis op? Waren er ommegangen, processies, kermissen,bedevaarten en relieken in je parochie (bv. St.-Job in Wezemaal) ? Werden er heiligen speciaal vereerd ? |
| 46 | Welke kapelanijen waren er in je parochie? Waren er kapelaanshuizen (Huis van de Vroegmis Everberg, Kapelanijgeleeg Everberg) ? Wie had het collatierecht (benoeming van de kapelaans)? Welk inkomen en welke verplichtingen hadden de kapelaans? Was er een kluis in je parochie (reclusae Kortenberg, kluis Rotselaar) |
| 47 | Waren er abdijen, priorijen, kloosters, kapittels en begijnhoven in uw parochie? Welke schenkingen en rechten kregen ze ? Wie waren de oversten van deze kerkelijke instellingen? |
6. De cultuur en het onderwijs
| 48. | Waren er invloeden van de romaanse en van de gotische stijl in je dorp ( kerkgebouw, paradijspoort, doopvont, beelden, schilderijen, klokken, grafstenen). Lag je parochie in een Maasromaans of in een Schelderomaans gebied ? Hoe verklaar je dit ? |
| 49. | Wordt je dorp vermeld bij Lodewijk van Velthem (Spieghel Historiaal), bij Jan van Heelu (Rijmkroniek) , bij Hennen van Merchtenen (Cornicke van Brabant) ? Hadden er veldslagen of plunderingen plaats in je dorp, die door de schrijvers beschreven werden? |
| 50. | Waren er sporen van onderwijs (kosterscholen bv. Rotselaar) en van ontspanningsleven (rederijkerskamers, schuttersgilden, volksspelen) in je dorp ? Kwamen er geleerden uit je dorp in de middeleeuwen ? |